Mijn kind op voortgezet speciaal onderwijs

De meeste van de Nederlandse kinderen met PTLS krijgen passend onderwijs. Ze volgen bijvoorbeeld speciaal (basis) onderwijs en dan volgt voortgezet speciaal onderwijs op een zogenaamde Cluster 3 school. Hoe worden ze daar voorbereid op wat ze daarna kunnen gaan doen? Wordt het een betaalde (begeleide) baan? Of een dagbesteding? En is dat fulltime of deeltijd? Voor de meesten van ons als ouders zijn dat nog zeer grote vraagtekens.

Welke middelbare school is geschikt?
Met Jelle (16) zijn we op 2 scholen gaan kijken voor voortgezet speciaal onderwijs, beiden cluster 3 scholen in Utrecht. Op de Mytylschool De Kleine Prins en op Stip vso. Geweldige scholen met geweldig personeel, en kleine klassen uiteraard. Op deze mytylschool zijn veel mogelijkheden voor medische zorg en revalidatie. Plus mogelijkheden voor zowel kinderen die moeilijk leren (ml) als zeer moeilijk (zml). Stip biedt onderwijs voor zml.

Jelle zat al op een lagere zml-school en had geen medische zorg nodig. Een paar kinderen die hij kende, gingen ook naar Stip of zaten al op deze school; voor hem een hele belangrijke factor. Het gebouw zag er ook mooi uit, nieuw en modern. Jelle was meteen enthousiast toen hij daar rondliep. Dat was hij niet op De Kleine Prins. Verder zit deze school ‘aan onze kant’ van Utrecht. Qua reistijd met de schoolbus redelijk gunstig (en als we hem zelf brengen of halen).
Het bleek een goede keuze. Hij gaat elke dag met veel plezier naar school. Hij kent er veel kinderen, ook van zijn dansles en G-voetbal. Het is er gezellig, de begeleiding gebeurt met zorg en aandacht, en Jelle is er op zijn plek.

Selectiefactoren: leerniveaus en ontwikkelingsmogelijkheden passend bij het kind, afstand huis-school, onderwijsprincipes (missie, visie), ervaringen van andere ouders, al andere kinderen kennen, reactie van het kind zelf.

Uitstroomprofiel: (beschermde) arbeid of dagbesteding?
Vanaf de eerste dag op de middelbare school is de vraag welk uitstroomprofiel een kind krijgt: (beschermde) arbeid of dagbesteding. Dit wordt gaandeweg steeds duidelijker, en elk schooljaar worden de ontwikkeling en het profiel van een kind besproken. In de tijd op de middelbare worden ook interesses gepeild en getest, en wat de mate van ondersteuning is die een kind nodig heeft. Er wordt ingezet op zelfredzaamheid en iets kunnen betekenen voor de samenleving. Op de cluster 3 school waar Jelle zit, volgt bijna geen enkele schoolverlater een vervolgopleiding. Voor Jelle is dat ook al duidelijk. Er zijn wel kinderen met PTLS bekend die leren op ml-niveau en voor wie een vervolgopleiding een mogelijkheid is.

Jelle heeft volgens school de uitstroom Dagbesteding. Dat verbaast ons niets. Hij kan niet goed lezen. Hij kan dus niet in een recept of instructie lezen. Geef hem een instructie en hij doet het. Maar hij heeft tussentijds veel bevestiging nodig, en hij bedenkt niet zelf dat hij een volgende taak kan gaan doen. Hij is goed op zijn gemak in een gezellig groepje met continue begripvolle begeleiding om zich heen.

Sectormodules en begeleide stages
De kinderen lopen op deze vso de volgende trajecten door in maximaal 6 leerjaren:

  1. Oriëntatie waarbij leerlingen zich breed oriënteren op hun mogelijkheden en interesses (leerjaar 1 en 2).
  2. Arbeidsvoorbereiding waarbij leerlingen veel oefenen in vaardigheden die te maken hebben met arbeid met sectorvakken en stages (leerjaar 3, 4, 5).
  3. Transitie waarbij leerlingen stages lopen bij bedrijven, beschutte arbeid of dagbestedingsplekken, waar zij mogelijk naar gaan uitstromen (leerjaar 5 en 6).

Na de eerste twee jaar regulier en klassikaal les, volgen in de 3 volgende leerjaren diverse sectorvakken. Jelle zit nu in het 5e leerjaar en is daar dan ook een paar dagdelen per week mee bezig.

Op Jelles school zijn dat:

Ambachtelijk

  • Houtbewerking: hoe gebruik je verschillende gereedschappen en machines, diverse opdrachten met hout (bv bijenhotels).
  • Groen & Dier: hoe gebruik je tuingereedschappen en machines, groenvoorziening, vuil opruimen, hoe verzorg je verschillende dieren?
  • Fiets & Metaal: hoe zit een fiets in elkaar, hoe ontdek je wat er kapot is, hoe repareer je het?
  • Creatieve productie: het maken van verschillende producten, zoals sieraden en kerstornamenten.

Dienstverlening

  • Keuken & Horeca: hoe gebruik je keukengerei, leren snijden, koken, tafel dekken, serveren, opruimen.
  • Logistiek, Dienstverlening & Repro: hoe gebruik je een kopieermachine, koffiemachines bijvullen, kantoorvoorraden bijhouden, oud papier ophalen, productiewerk, zoals het verpakken van coronatesten voor alle leerlingen.
  • Schoonmaak & Verzorging: hoe gebruik je schoonmaakmiddelen, tafels en vloeren schoonmaken, stofzuigen, ramen lappen.

In dit leerjaar lopen de kinderen ook 2 keer 1 dag per week een begeleide stage buiten school. Het eerste half jaar koos Jelle voor Keuken & Horeca buiten school, op de mytylschool, en dat vindt hij echt superleuk. Leren hoe je groente en vlees snijdt, samen iets lekkers maken en dan netjes serveren aan docenten en leerlingen.

Het volgende half jaar heeft hij Houtbewerking doorgegeven. Dat is waarschijnlijk binnen school mogelijk. Buiten bezig zijn vindt hij ook fijn. Met bladblazers en versnipperaars werken, lopen met een kruiwagen. Schoonmaken vindt hij niks. Net als iets met dieren of dierenhokken, dat is niet zijn ding. Fietsen maken wil hij niet eens proberen. “Fietsen zijn maar vies en je vingers worden helemaal zwart…”, aldus Jelle.

Geschikte dagbesteding zoeken
Volgend schooljaar is alweer Jelles laatste leerjaar! Dat jaar gaat hij 2 keer een meerdaagse stage lopen. We zijn benieuwd waar hij dat zal gaan doen. Hij mag zelf aangeven wat ie zou willen en school helpt mee om geschikte plekken te zoeken. Bevalt een stage zo goed en is er plek, dan mag hij in dat jaar al uitstromen. Er wordt net zolang gezocht tot hij ergens op zijn plek is.

Liefst hebben we straks een plek waar hij zelf op de fiets heen kan. Waarbij hij niet afhankelijk is van bus of taxi, of van ons. We gaan ons de komende maanden zelf en met school verdiepen in stageplekken én op dagbestedingsplekken in de regio. Het belangrijkste is dat hij op een plek is met leuke mensen om zich heen, fijne begeleiding en met werkzaamheden die hij met plezier doet.

Meer informatie over (voortgezet) speciaal onderwijs

Het verschil tussen speciaal onderwijs (so) en speciaal basisonderwijs (sbo)

2 Reacties

  1. Bedankt voor dit uitgebreide en informatieve verhaal. Wist zelf nog niet het verschil tussen sbo en so. Nu helemaal duidelijk. 😉
    Succes met het vinden van een stage plek.

    1. Hi Willemieke, zoals je ziet log ik (te) weinig in op de website 😉 Ik vond het super om jullie te ontmoeten. Hopelijk vonden jullie het ook fijn om op deze manier samen te komen. De kids vonden het volgens mij erg leuk. En de ouders ook. Diana stelde voor om zoiets elk jaar te doen, ergens in een klein park, wie kan die kan. Jelle was er vol van en heeft het telnr van Bram, met wie we binnenkort gaan afspreken. Zo leuk dat er meer besef is en ook bij elke meeting hoe makkelijk de kids met elkaar omgaan. Misschien toch onbewust een herkenning ofzo. Het valt me steeds op. Hopelijk zien we elkaar op 10 september! Nathalie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.